Nekpijn die uitstraalt naar de arm: waarom gewone oefeningen niet altijd helpen
- Boris Feldman
- 3 uur geleden
- 8 minuten om te lezen

De pijn begint in de nek, trekt naar de schouder en loopt vervolgens door naar de arm en soms zelfs tot in de vingers. Er kunnen ook tintelingen, een branderig gevoel, gevoelloosheid of elektrische pijnscheuten ontstaan. Soms voelt de arm minder krachtig aan of laat iemand onverwacht voorwerpen uit de hand vallen.
Veel mensen denken dan dat het probleem in de schouder of arm zit. De oorzaak kan echter een geïrriteerde zenuw in de nek zijn.
Waarom kan een probleem in de nek pijn in de arm veroorzaken?
Vanuit de nek lopen zenuwen naar de schouder, arm en vingers. Wanneer een van deze zenuwen geïrriteerd raakt of te weinig ruimte krijgt, kan de pijn niet alleen in de nek worden gevoeld, maar ook verderop in de arm.
Mogelijke oorzaken zijn:
een uitstulping of hernia van een tussenwervelschijf;
slijtage of andere leeftijdsgebonden veranderingen in de nek;
vernauwing van de ruimte waar de zenuw doorheen loopt;
irritatie en zwelling van de weefsels rondom de zenuw.
Dit wordt cervicale radiculopathie genoemd. U hoeft deze medische term niet te onthouden. Het belangrijkste is dat de oorzaak in de nek kan liggen, ook wanneer de arm veel meer pijn doet dan de nek.
Welke klachten kunnen wijzen op een probleem vanuit de nek?
Mogelijke aanwijzingen zijn:
pijn die vooral in één arm zit;
tintelingen of gevoelloosheid in bepaalde vingers;
een brandende, schietende of elektrische pijn;
meer pijn bij het draaien of buigen van het hoofd;
minder kracht in de hand of arm;
verlichting wanneer de hand van de pijnlijke arm op het hoofd wordt gelegd.
Vergelijkbare klachten kunnen ook ontstaan door een probleem in de schouder, pols of elleboog. Daarom kan de diagnose niet op basis van één symptoom of alleen een MRI-scan worden gesteld.
De fysiotherapeut onderzoekt onder andere de bewegingen van de nek en schouder, de spierkracht, de gevoeligheid van de huid en de reactie van de arm op verschillende houdingen.
Waarom zijn de klachten soms erger bij staan of zitten?
Bij sommige patiënten begint de arm direct meer pijn te doen zodra zij gaan staan of rechtop zitten. In een liggende positie kunnen de klachten juist afnemen.
Dit betekent niet automatisch dat de nekwervels elkaar “samendrukken”. In een rechtopstaande positie moeten de spieren het hoofd en de schoudergordel ondersteunen. Een gevoelige zenuw kan deze belasting tijdelijk minder goed verdragen.
In rugligging kunnen de nek en de spieren zich vaak beter ontspannen. Hierdoor wordt bewegen soms gemakkelijker.
Wanneer vrijwel iedere beweging in een staande of zittende positie de pijn verergert, hoeft de patiënt niet door te zetten. De fysiotherapeut kan het onderzoek eerst in rugligging uitvoeren en zoeken naar een beweging die geen duidelijke verslechtering veroorzaakt.
Let niet alleen op hoeveel pijn er is, maar ook op waar de pijn zit
Tijdens de behandeling kijken we niet alleen naar de intensiteit van de pijn. Het is minstens zo belangrijk om te volgen waar de klachten zich bevinden.
Het is meestal een gunstig teken wanneer de pijn uit de hand of onderarm verdwijnt en alleen nog in de bovenarm, schouder of nek wordt gevoeld. Dit kan betekenen dat de zenuw minder geïrriteerd raakt.
Een ongunstige reactie is wanneer de pijn na een oefening verder naar beneden trekt, bijvoorbeeld vanuit de schouder naar de hand of vingers. Ook toenemende tintelingen, gevoelloosheid of krachtsverlies zijn signalen om te stoppen.
Het advies om “even door de pijn heen te bewegen” is daarom bij dit soort klachten niet altijd geschikt.
Wat gebeurt er als gewone bewegingen de klachten verergeren?
De fysiotherapeut probeert meestal enkele rustige bewegingen van het hoofd en kijkt bij welke beweging de arm minder pijn gaat doen.
Soms verergert echter iedere standaardbeweging de klachten. Een beweging kan dan:
meer pijn in de arm veroorzaken;
tegen een scherpe, pijnlijke blokkade aanlopen;
slechts over een kleine afstand mogelijk zijn;
in het begin goed gaan, maar halverwege plotseling pijn veroorzaken.
Dit betekent niet dat fysiotherapie niet kan helpen. Soms moeten we eerst de houding van het lichaam en de manier waarop de beweging wordt uitgevoerd aanpassen.
Als de pijn pas aan het einde van de beweging ontstaat
Stel dat iemand het hoofd een stukje kan draaien of zijwaarts kan bewegen, maar dat de pijn pas aan het einde van de beweging naar de arm trekt.
In dat geval is het niet nodig om verder te duwen. De fysiotherapeut stopt de beweging net vóór het pijnlijke punt. Vervolgens drukt de patiënt het hoofd heel licht tegen de hand van de fysiotherapeut, zonder dat het hoofd daadwerkelijk beweegt.
De kracht blijft zacht en gecontroleerd. Na enkele seconden ontspant de patiënt en wordt de beweging opnieuw onderzocht.
Deze techniek kan ervoor zorgen dat het lichaam de beweging als minder bedreigend ervaart en dat de beschermende spierspanning afneemt. Het doel is niet om een nekwervel “terug op zijn plaats te zetten”, maar om een veilige en verdraagbare belasting te creëren.
Als de pijn halverwege de beweging ontstaat
Soms kan iemand een beweging goed beginnen, maar ontstaat er op een bepaald punt een scherpe pijn. Voorbij dat punt kan de beweging soms weer gemakkelijker worden.
De fysiotherapeut kan de patiënt dan vragen het hoofd langzaam te bewegen, terwijl met de hand een lichte weerstand wordt gegeven. De richting van deze weerstand kan tijdens de beweging voorzichtig worden afgewisseld.
Om ongewenst draaien van het hoofd te voorkomen, kan de patiënt worden gevraagd naar één vast punt te blijven kijken, bijvoorbeeld naar het plafond.
Deze aanpak kan de spieren helpen om beter samen te werken. Bij sommige patiënten wordt de beweging hierdoor rustiger en minder pijnlijk.
Het resultaat is echter niet gegarandeerd. Zodra de pijn verder naar de hand of vingers trekt, of wanneer de gevoelloosheid toeneemt, wordt de techniek gestopt.
Gebruik het verkeerslicht als leidraad
De reactie op een oefening kan worden verdeeld in groen, oranje en rood.
Groen licht
De oefening lijkt geschikt wanneer:
de pijn in de arm afneemt;
de tintelingen minder worden;
de pijn uit de vingers of onderarm verdwijnt en dichter naar de nek verschuift;
het hoofd gemakkelijker kan bewegen;
er na de oefening geen langdurige verslechtering ontstaat.
Oranje licht
Voorzichtigheid is nodig wanneer:
er lichte spanning ontstaat;
er alleen matige, plaatselijke pijn in de nek wordt gevoeld;
de klachten kort na de oefening weer terugkeren naar het eerdere niveau;
de pijn niet verder naar beneden in de arm trekt.
De fysiotherapeut kan dan de kracht, de bewegingsuitslag of het aantal herhalingen verminderen.
Rood licht
De oefening moet worden gestopt wanneer:
de pijn verder naar beneden in de arm trekt;
de gevoelloosheid toeneemt;
nieuwe tintelingen in de vingers ontstaan;
de arm of hand zwakker wordt;
de verslechtering na de oefening blijft aanhouden.
Zelfs een oefening die over het algemeen als goed wordt beschouwd, is niet geschikt wanneer deze bij een bepaalde patiënt steeds meer klachten in de arm veroorzaakt.
Kunnen deze technieken zelfstandig worden uitgevoerd?
De beschreven technieken met weerstand zijn bedoeld voor toepassing door een fysiotherapeut. Eerst moeten onder andere de kracht van de arm, de gevoeligheid, de bewegingen van de nek en mogelijke waarschuwingssignalen worden onderzocht.
Druk daarom niet zelf hard tegen het hoofd, trek niet krachtig aan de nek en probeer een scherpe pijnlijke blokkade niet te forceren.
Voor thuis kan de fysiotherapeut eenvoudigere adviezen of oefeningen geven, zoals:
een houding vinden waarin de arm tot rust komt;
één of twee veilige bewegingen uitvoeren;
regelmatig pauzeren tijdens beeldschermwerk;
de pijnlijke arm goed ondersteunen;
rustig blijven wandelen en bewegen;
eenvoudige oefeningen voor de schouders en schouderbladen uitvoeren.
Volledige rust is meestal ook niet nodig. Het doel is om eerst een hoeveelheid beweging te vinden die goed wordt verdragen en deze vervolgens geleidelijk uit te breiden.
Hoe kan fysiotherapie helpen?
De behandeling bestaat niet uit één afzonderlijke manuele techniek. Afhankelijk van de klachten kan het behandelplan bestaan uit:
uitleg over de mogelijke oorzaak van de klachten;
advies over slapen, zitten, werken en bewegen;
rustige en gecontroleerde bewegingen van de nek;
zachte behandeling van de nek en bovenrug;
voorzichtig ontlasten of licht uitrekken van de nek, wanneer de arm daarop gunstig reageert;
oefeningen voor de nek, schouders en schouderbladen;
het herstellen van de kracht van de arm en hand;
geleidelijke terugkeer naar werk, sport en dagelijkse activiteiten.
Niet de naam van de behandelmethode, maar de reactie van de patiënt bepaalt of een behandeling geschikt is. Na een passende behandeling hoort de pijn af te nemen of in ieder geval niet verder naar de hand en vingers te trekken.
Is een MRI-scan altijd nodig?
Nee. Op een MRI worden regelmatig slijtage en uitstulpingen van tussenwervelschijven gezien bij mensen die helemaal geen nek- of armklachten hebben.
Een scan alleen kan daarom niet altijd vertellen wat de klachten veroorzaakt. Het MRI-resultaat moet worden vergeleken met de plaats van de pijn, de gevoeligheid, de spierkracht en de bevindingen tijdens het lichamelijk onderzoek.
Een MRI-scan en beoordeling door een arts zijn vooral belangrijk wanneer:
de arm of hand steeds zwakker wordt;
de klachten blijven verergeren;
de pijn zeer ernstig blijft;
een goed uitgevoerde behandeling onvoldoende resultaat geeft;
er aanwijzingen zijn voor een ernstiger probleem.
Wanneer moet u met spoed contact opnemen met een arts?
Stel medische hulp niet uit wanneer:
de arm of hand snel zwakker wordt;
u steeds vaker voorwerpen laat vallen;
uw evenwicht of looppatroon verandert;
er zwakte of vreemde gevoelens in de benen ontstaan;
fijne bewegingen met de vingers moeilijker worden;
er problemen met plassen of de stoelgang ontstaan;
de pijn na een ernstig ongeval of een val is begonnen;
u tegelijkertijd koorts, koude rillingen of ernstige malaise heeft;
u zonder duidelijke reden gewicht verliest;
hevige pijn u iedere nacht wakker maakt en niet verandert met uw houding;
nekpijn samengaat met problemen met spreken, zien of coördineren, of met ernstige duizeligheid.
Deze klachten kunnen een andere oorzaak hebben dan alleen een geïrriteerde zenuw. In dat geval is eerst medisch onderzoek nodig.
Is een operatie altijd nodig?
In de meeste gevallen wordt eerst een behandeling zonder operatie geprobeerd. Bij veel patiënten nemen de pijn, tintelingen en gevoelloosheid geleidelijk af. Het herstel kan echter enkele weken tot meerdere maanden duren.
Een operatie kan worden overwogen wanneer:
de arm of hand steeds zwakker wordt;
er aanwijzingen zijn dat het ruggenmerg onder druk staat;
de pijn ondraaglijk blijft;
een zorgvuldig uitgevoerde behandeling onvoldoende helpt;
de resultaten van het onderzoek en de MRI aantonen dat chirurgische behandeling nodig kan zijn.
De beslissing wordt niet alleen genomen op basis van de grootte van een nekhernia. Het functioneren van de arm, de ontwikkeling van de klachten en mogelijke schade aan een zenuw of het ruggenmerg zijn belangrijker.
Het belangrijkste om te onthouden
Wanneer een oefening de pijn verder naar beneden in de arm laat trekken, is het meestal niet verstandig om harder te oefenen of meer herhalingen te doen.
Soms is het beter om:
Van staan of zitten naar een liggende positie te gaan.
Een kleine beweging te vinden die rustig kan worden uitgevoerd.
Te stoppen voordat de pijn naar de arm trekt.
Onder begeleiding van een fysiotherapeut lichte weerstand te gebruiken.
De beweging en belasting stap voor stap op te bouwen.
Het doel van de behandeling is niet om de nek koste wat het kost verder te laten bewegen. Eerst moet de beweging veilig en verdraagbaar worden. Daarna kan de belasting geleidelijk worden verhoogd.
Bij Salbar Fysiotherapie kijken we niet alleen naar de nek of naar een MRI-scan. We onderzoeken ook de kracht en gevoeligheid van de arm, de bewegingen van de schouder en de manier waarop de klachten reageren op verschillende houdingen en bewegingen.
Straalt uw nekpijn uit naar de arm, heeft u last van gevoelloosheid of maken uw gebruikelijke oefeningen de klachten erger? Dan is het verstandig om eerst een volledig fysiotherapeutisch onderzoek te laten uitvoeren.
Door Boris Feldman, met AI-ondersteuning.

